Als ik hem bel voor een afspraak zit hij in een busje van de wielerbond op weg naar een wedstrijd in Tsjechië, de Vredeskoers voor jongeren. Alleen al het feit dat het net 18-jarige Oisterwijkse wielertalent is geselecteerd voor deze prestigieuze internationale etappekoers is een hele eer en prestatie. Bovendien zegt deze deelname iets over zijn toekomstmogelijkheden.Terug in Nederland bevestigt Lars Franken dit zonder valse bescheidenheid in zijn allereerste kranteninterview.
door René de Jong
Eerst maar even over de Vredeskoers. Je bent net terug. Hoe ging het?
Lars: “ Het ging oké. Je wilt natuurlijk altijd beter maar we hebben het met de Nederlandse ploeg prima gedaan. Ik heb mijn werk kunnen doen voor de jongens die goed in het klassement stonden. Het is een keiharde koers waar je met 180 man aan de start staat. Iedereen wil zich laten zien. We zijn allemaal bloedfanatiek. Er wordt volop geduwd en getrokken in het peloton. Je moet daar echt een klootzak zijn anders red je het niet. Ik ook ja, het kan niet anders.”
Hoe kom je er als jonge jongen nou bij om te gaan wielrennen?
Lars: “Ik heb wel een jaartje bij Nevelo gevoetbald hoor, maar dat was niet echt iets voor mij. Nou ja, ik had op mijn 8-ste al een echte racefiets met versnellingen (laat een jeugdfoto zien op zijn telefoon). Mijn vader en mijn opa hebben ook altijd gekoerst dus daar krijg je toch iets van mee. Mijn vader kent Lars Boom goed, de voormalig profrenner die wereldkampioen veldrijden werd en een etappe won in de Tour de France”.
Heet jij daarom ook Lars?
Lars: “Ja, klopt. Ik spreek hem trouwens regelmatig”.
Je groeide op in Haaren en daarna in Oisterwijk?
Lars: “ Ik heb niet zo heel lang in Haaren gewoond. Maar ik heb wel het ‘Haarens Klokje’ nog rond gebracht haha. Later verhuisden we hier naar Oisterwijk. Tot mijn 13-e trainde ik nauwelijks maar toch ging het lekker. Ik behaalde een paar mooie uitslagen en werd lid van ‘TWC Tilburg’, de wielerclub. Eerst deed ik ook aan veldrijden en mountainbiken maar nu rijd ik alleen nog maar op de weg”.
500 kilometer per week
En zo werd je onlangs voor Team.nl geselecteerd. Je draagt het bijpassende jack zie ik.
Lars: “ Ja, ik ga straks weer trainen. Dat doe ik meerdere keren per dag, door weer en wind. Ik maak zeker 500 kilometer per week. Daarnaast zit ik nog op het ‘Johan Cruyff-college’ trouwens in Roosendaal”.
Is dat nou leuk, zo in je eentje fietsen?
Lars: “ Ja, dat is geweldig. Jezelf helemaal leeg rijden, vind ik heerlijk. Zonder trainen bereik je niks, win je niks. En het gaat vooral om winnen natuurlijk. Dit jaar heb ik al weer een paar overwinningen behaald o.a. in Sint-Truiden en in Schijndel. Mijn sterke punten zijn mijn sprint en mijn tijdrit”.
Hoe kun je het allemaal bekostigen zolang je nog geen beroepswielrenner bent?
Lars: “ Het is een hele dure hobby. Een fatsoenlijke racefiets kost € 10.000 en die heb je een paar nodig. Dan heb je nog je kleding, je voeding, je reis- en verblijfskosten. Zo nam ik bijvoorbeeld pas deel aan Parijs-Roubaix en was ik in december en januari op trainingskamp in Spanje. Zonder de steun van mijn ouders zou ik dit echt niet kunnen doen. Een sponsor heb ik niet”.
Je hebt er dus alles voor over om profrenner te worden?
Lars: “ Ja, ik train fanatiek maar met alleen hard fietsen, kom je er niet. Ik moet nog veel leren over tactiek, koersinzicht en mentaliteit. Ik word daarin gecoacht door Twan van Gestel maar ook over zaken als wattage- en hartslagmeters en trainingsschema’s etc”.
Als je inderdaad die stap zou maken, kom je in een fraai Moergestels gezelschap met Danny en Boy van Poppel, Bram Welten en Mirjam Melchers.
Lars: “Dat zou mooi zijn! Ik geef mezelf nog maximaal drie jaar de tijd. Als het dan nog niet is gelukt dan moet ik me er bij neerleggen. Maar op dit moment geloof ik er in !”
Ik neem aan dat de Nieuwsklok je opnieuw mag interviewen na je eerste etappezege in de Tour de France?
Lars: “ Dat lijkt me een prima afspraak ja!!”
