Het is soms ploeteren met mijn fiets door het zand. Sinds deze zomer bezorg ik ons weekblad ook in de nieuwbouwwijk. Langzaam komt er definitieve bestrating, steentje voor steentje. Als ik aan het einde van de dag dan het neergelegde werk zie, en de stapel stenen ernaast, dan denk wel eens: zou ik? Ik blijk niet de enige.

Er blijkt veel veranderd in de stratenmakerij. Het zware werk wordt ontlast met grote machines die de aangereikte stenen langzaam neerleggen. Ik vind het iets magisch hebben. Stratenmakers kunnen zelfs staand de stenen leggen. De machine rolt dan over een band van stoepranden die natuurlijk nog wel met de hand, en vooral met sterke armen, zijn neergelegd.

Met enige weemoed denk ik terug aan hoe ik van stratenmakers tegels leerde leggen bij ons thuis. Het vlak maken met een lange lat, zodat alles waterpas lag. Het zand weghalen bij de randjes om ze goed tegen elkaar aan te kunnen leggen. En dan die ene tegel die niet goed lag, wiebelde of verzakte. En dat dan toch weten op te lossen! Maar het zal je werk maar zijn. Wat knap dat zulke machines dan gemaakt kunnen worden.

Al werkt het het beste bij rechttoe rechtaan straten. Bij mijn zus in een oude buurt zijn er geen machines te vinden in de maten van de smalle stoepjes en moet het met de hand. En dat mag niet meer hele werkdagen. Nou moet je niet denken dat het met die machines zo snel gaat. Het voorwerk vraagt veel werk, merk ik in de nieuwbouwwijk. Voordat alles gereed ligt moet er een hoop gedaan. En dan nog. Bij het bezorgen van de volgende weekkrant is de straat vaak nog lang niet af.

Maar dan liggen er wel klinkers op een hoop naast een gaaf gladgestreken vloertje van wit zand bij een onderbroken straat in wording. De machine is gestopt, want de mensen zijn gestopt. En bij de ondergaande zon jeuken mijn handen. Zal ik? Gewoon een rijtje, in hetzelfde patroon? Iets wordt wakker in mij als ik die steentjes zie liggen. Het heeft iets van Lego. Ook daar kan ik zo van genieten. Lekker iets bouwen, maar vooral ook: niet teveel nadenken. Gewoon de bouwinstructies volgen, steen voor steen.

Ik blijk niet de enige. Bij Lubach zag ik dat stratenmakers, met name na een weekend nog wel eens zien dat er verder gelegd is aan de straat waar ze mee bezig waren. En tamelijk netjes, geven ze toe. Soms ligt een klinker op z’n kop, maar nee, verder helemaal oké. Ze lijken er ook niet onder te lijden, al is het natuurlijk niet de bedoeling. Dat snap ik ook. En daarom doe ik het ook niet. Maar als ik op de camerabeelden die nachtelijke arbeid zie van mensen die een steentje gaan leggen, dan snap ik de vreugde die het geeft.

Ergens aan kunnen bouwen maakt in veel mensen iets los. En dat is mooi. Ook in het vrijwilligerswerk merk ik dat je mensen hebt die graag iets opbouwen. Iets nieuws beginnen, iets willen uitproberen. ‘Ga je gang!’ moet je bij die mensen zeggen. Ook creatieve mensen heb ik leren stimuleren. Maak dat schilderij, schrijf dat verhaal, teken het, beeld het uit, dans het eruit, zing! We zijn scheppende wezens. Zo zijn we gemaakt door de Schepper. Maar al te vaak worden we helemaal opgeslokt door wat we moeten doen ‘van de wereld’. Maar we zijn gemaakt om die wereld juist mee te scheppen.

Ik hoorde de Vlaamse presentator Arnoud Hauben in het programma ‘Dwars door de Lage Landen’ ooit het Scheppingsverhaal vertellen: 'In het begin schiep God de hemel en de aarde. Behalve Nederland, want dat deden de Nederlanders zelf.' In beginsel flauwe kul natuurlijk, maar we zijn er wel goed in: iets nieuws scheppen. En ieder van ons mag daar zijn steentje aan bijdragen. Steen voor steen.

Otto Grevink is dominee in De Langstraat en verbonden aan Pioniersplek Zin op School. Reacties zijn welkom op ottogrevink@gmail.com.