Alaaf, Turfstekers en Turfstekerinnekes! Hebben jullie je ook weleens afgevraagd hoe ons mooie Kaatsheuvel veranderde in Turfstekerslaand? Wat was er eigenlijk eerder: de prinsensteek of de prins? En wie gingen onze huidige Prins Rob voor in de rijke historie van Turfstekerslaand? Stichting Optocht Turfstekerslaand duikt samen met Heemkundekring de Ketsheuvel de archieven in. Niemand minder dan groot carnavalsliefhebber én bestuurslid van de Heemkundekring, Kees Grootswagers, neemt ons mee op een nostalgische reis door de tijd. In deze artikelen ontrafelen we de wortels van ons feest. Pak een pilske of ranja en een worstebrooike, trekt oe Turfstekerssjaal aan, ga er goed voor zitten en herbeleef de historie van carnaval in Turfstekerslaand in dit tweede artikel!
In de vorige editie van De Duinkoerier stonden we stil bij de opstart van carnaval in de beginjaren ’50 van de vorige eeuw. Alhoewel de plaatselijke kasteleins in 1951 samen met de lokale harmonieën voortvarend van start waren gegaan om het Kaatsheuvels carnaval op de kaart te zetten moest door de Watersnoodramp in 1953 even pas op de plaats worden gemaakt. Maar in 1954 werd de handschoen weer voortvarend opgepakt. Op 28 februari en 1 en 2 maart van dat jaar werd weer een mooi programma neergezet en sloten tevens meer horecagelegenheden aan om het Kaatsheuvelse carnaval invulling te geven. De regionale krant de Echo van het Zuiden weet dan ook te melden dat er naar wordt gestreefd 'zo langzamerhand tot een Carnavals-traditie in eigen Kaatsheuvelse stijl te komen'.
Een advertentie geheel in rijm uit 1955 van café De Drie Kabouters aan de Horst in Kaatsheuvel.
Toon wordt gezet
In de krant komen we dan ook een aantal advertenties tegen, zoals dat in het café van Dorus van Boxtel in de Antoniusstraat een carnavalsbal wordt georganiseerd met 'gezellige dansmuziek, spiegelgladde vloer en feeërieke verlichting'. En bij hotel-café Smit wordt in de toneelkelder zelfs een 'Oud-Hollandse Herberg' ingericht en treedt in de Apollozaal het radio-, dans- en showorkest van Freddie Hull op. De krant weet zelfs te melden dat deze 'toondichter met carnaval een Kaatsheuvels carnavalslied zal aanbieden'. Dit alles resulteerde in een zeer positieve reactie in de krant na de carnavalsperiode. Dat de toon was gezet blijkt wel uit het feit dat er op vrijdagavond 11 februari 1955 in hotel-café Smit een groep initiatiefnemers een vergadering belegde waar bij algemene stemmen werd besloten een carnavalsclub op te richten onder de naam 'De Tacksenwippers' (niet te verwarren met de latere carnavalsclub 'de Teksenwippers'). Het hoofddoel van deze club was 'te bereiken dat carnaval vooral ter plaatse (lees: Kaatsheuvel) gevierd zou worden'. Tevens zouden zij een poging ondernemen om het carnaval, dat groeiende was, meer leiding te geven door de drie zalen (lees: Smit, Euphonia en Van Dun) in het centrum te verbinden. Dat men enthousiast was blijkt wel uit het feit dat de dinsdag erop om 20.30 uur al de volgende vergadering werd belegd in de zaal van Euphonia, waarbij iedereen van 18 jaar en ouder welkom zou zijn en er ook al 35 leden tot de nieuwe vereniging waren toegetreden. Tijdens de tweede vergadering bleek dat een verbinding tussen de drie zalen in het centrum met een gecombineerde entree nog een brug te ver was, omdat door sommige exploitanten hoge kosten waren gemaakt voor het komende carnaval. Om die reden werd dan ook de verkiezing van een prins carnaval uitgesteld, omdat die mede als taak zou hebben de binding door een bezoek aan de drie zalen meer attractief te maken. Maar de carnavalsstemming zat er in ieder geval al goed in en een eerste carnavalsvereniging was een feit.
De plaatselijke drogisterij Van Amelsvoort zag ook brood in carnaval getuige deze advertentie uit 1956.
Helaas was deze niet een lang lezen beschoren. In 1956 zijn er geen activiteiten meer terug te vinden van carnavalsvereniging De Tacksenwippers, maar het aantal horecagelegenheden dat deelnam aan carnaval nam zienderogen toe. Naast Smit, Euphonia, Van Dun en Van Boxtel zien we ook activiteiten in de Gildenbond, café De Drie Kabouters en het in dat jaar geopende café-restaurant De Viersprong. Ook de lokale drogisterij Van Amelsvoort zag voortaan markt in het plaatselijke carnaval en bood naast schmink en hoeden ook 'gelaatstinten, neuzen, snorren en fopartikelen aan'. En in 1957 is het eindelijk dan zover de eerste Kaatsheuvelse prins verschijnt ten tonele in de persoon van Theris d’n Irste, maar daarover de volgende keer meer.
