Terwijl ik bezig ben met het schrijven van een column voor de Nieuwsklok klettert het buiten tegen de ramen. Een enorme regenbui valt neer in ons Brabantse land en volgens mij is iedereen daar heel blij mee. Ook mijn tuin zal daardoor weer opfleuren. Nee, ik ga het niet hebben over de droogte of alles wat daarmee verband houdt. Ik ga het dit keer hebben over de voorbereidingen op de winterse periode.
Veel mensen zullen denken: Nu al? Ja dat klopt, want ik hoor steeds minder vogelgeluiden en zie langzamerhand meer vogels die zich aan het verzamelen zijn. Niet de roeken, want die leven sowieso al in kolonies. Ik ben overigens de afgelopen maanden vaak langs de roekenkolonie bij Gilze op de A58 gereden en soms ook gestopt op de parkeerplaats om het kolonie fenomeen te bewonderen. Geweldig hoe zo’n kolonie bezig is en gelukkig daar goed gevuld is.
Hommels en de winter
De spreeuwen daarentegen zijn zich wel aan het verzamelen om de winterse periode te overleven als groep, maar ook de kieviten zijn zich meer en meer aan het groeperen. Ook kleinere wezens, zoals wespen en hommels, zijn bezig met de winterse voorbereiding. In mijn tuin zag ik een aardhommel bezig met een gat te maken. Een kennis van mij zag het ook en hij vroeg zich af of dat die hommel een nieuw nest ging beginnen. Nee, daar was deze koningin niet mee bezig.
Wat wij zagen was dat een jonge aardhommel koningin een gat aan het graven was om daar te gaan overwinteren. Het volk van deze jonge koningin is geleid door de oude koningin. Dit vanaf het vroege voorjaar, wat voor hommels vaak al in februari begrint. Vandaar ook hun wollig uiterlijk, want daarmee kunnen ze redelijk tegen de koude van februari. De oude koningin leidt haar volk tot aan de zomer en dan sterft zij met al haar werksters in de nazomer.
Ook de mannetjes, de darren, sterven in de nazomer, maar pas dan al ze gepaard hebben met de jonge, einde zomer geboren hommelkoninginnen. Deze jonge pasgeboren koninginnen hebben gepaard met de mannetjes en slaan het sperma op in hun lichaam.
Overwinteringsplekken
De jonge koninginnen zoeken een plekje onder de grond om te overwinteren. Ze graven hiervoor zelf een klein holletje of gebruiken een bestaand holletje in de grond. Overigens is het niet zo maar een holletje, want vaak zit zo’n holletje op een beschutte plek zoals onder bladeren, mos of in een oude muur. Zo’n holletje kan zelfs een diepte hebben van maximaal 15 centimeter, maar soms is het minder diep. Dat ligt natuurlijk aan de bodemsoort en aan de verdere omgeving.
Op een bepaald moment kruipen ze in dat holletje en blijven de hele herfst en winter onder de grond. Ze gaan dus in winterslaap, eten niets meer en hun hartslag en ademhaling vertragen enorm. De opgeslagen vetreserves zorgen ervoor dat ze onze winters doorkomen. In het vroege voorjaar, meestal in februari, worden ze wakker en gaan dan een nieuw volk stichten.
Tot slot
Mocht je zoiets zien in je tuin, houdt dan de kat of hond weg en laat hare majesteit de hommelkoningin haar gang gaan.
