“Maria heeft haar gered”, zegt Dré van Hal, zichtbaar geëmotioneerd. Zijn stem is onvast en toch klinkt hij zeker: “Maria heeft haar gered. "Zo’n zeventig mensen – iemand roept dat hij ze heeft geteld – staan bij de spoorwegovergang Streepstraat-Spoordijk in Enschot. Fietsers zoeven over het fraaie fietspad dat Oisterwijk in een rechte lijn met Tilburg verbindt. Het is donderdagavond 7 mei, 19.00 uur, blijkbaar spitsuur op het spoortraject tussen Tilburg en Oisterwijk. Zowat elke tien minuten kedènken passagierstreinen en goederentreinen voorbij. Er wordt gebuurt en gespeecht. Er wordt gezongen. Het gilde Sint Joris en Sint Sebastiaan is in vol ornaat aanwezig. Er wordt gebeden: een Weesgegroetje.
door Paul Spapens
En te midden van al dat menselijk gedruis bewaart een persoon alle rust, het Mariabeeldje in het veldkapelletje langs het spoor en het fietspad op de kruising Streepstraat-Spoordijk. Op haar doelt Dré van Hal als hij zegt dat Maria haar heeft gereden.
We gaan een dag terug in de tijd, woensdag 6 mei. Dré van Hal en zijn maten Ad Schellekens en Theo Vugts en nog een paar vrijwilligers zijn druk bezig de omgeving van het kapelletje te fatsoeneren., de voorbereidende werkzaamheden voor de bijeenkomst die een dag later zo’n zeventig mensen naar deze plek heeft gebracht. Terwijl de vrijwilligers hun best doen, probeert een vrouw onder hun ogen zich van het leven te benemen. De vrijwilligers komen meteen in actie, de politie is er binnen de kortste keren. Erger wordt voorkomen.
Zo is het gegaan, wordt door een aantal aanwezigen beaamd. “Maar Maria heeft haar gered”, zegt Dré van Hal dan.
In 1935 opgericht
Het kan verkeren, want het veldkapelletje is op 15 augustus 1935 opgericht om de gebruikers van de toen nog onbewaakte overweg een veilige oversteek te bezorgen. Deze reden is bijzonder, want van de 519 kapellen die Brabant telt, is dit een van de weinigen of misschien wel de enige die met dit doel is opgericht. “Geïntroniseerd”, gebruikt Rinus van der Loo een woord dat je bijna nooit meer hoort, maar dat ooit werd gebruikt voor het ‘op de troon zetten’ van een Maria- of een Heilig Hartbeeld.
Rinus van der Loo is een van de aanwezigen. Hij is het heemkundig geweten van Berkel-Enschot en hij heeft ooit eens de geschiedenis van dit erfgoed uitgezocht. Het oorspronkelijke kapelletje bestond uit een kastje gemaakt van eikenschors op een paal van berkenhout. Iedereen voelt op de klompen aan dat dit materiaal, hoe idyllisch ook in dit buitengebied en in relatie tot de Mariadevotie, geen lang leven zou zijn beschoren. En dat was het ook niet, maar dan als gevolg van vandalisme. Hemkundige Anton van Dorp geeft ter plekke een adembenemende opsomming van het aantal keren dat het Mariakleinood op deze plek buiten het zicht is gevandaliseerd.
Vrij spel voor vandalen
De jaartallen volgen elkaar zo snel op dat het bijna niet is bij te houden om ze in een kladblokske te noteren: 1950, 1958, 1970, 1976, 1979…., schier eindeloos. De toelichtingen die Anton van Dorp geeft variëren van ‘agressie tegen Maria’ en ‘opnieuw aan gruzelementen’, tot ‘op het spoor gesmeten’. De buurt was al die aanslagen in 1950 helemaal beu. Het sympathieke houten dak boven het hoofd van Maria werd vervangen door een stenen veldkapel. Maar denk nou maar niet dat dat vandalen heeft tegengehouden.
Ondanks alles, het Mariakapelletje staat er nog steeds. Als je je daarvan wil overtuigen, fiets er maar eens naar toe en stel vast dat niet alleen het kapelletje en het Mariabeeldje er werkelijk picobello uitzien, maar dat dat geldt voor de omgeving. ‘Het lijkt wel een parkje’, zegt iemand waarderend en dat is niet overdreven. Vorig jaar gaf Dré van Hal uit Heukelom te kennen dat het geheel opgeknapt zou moeten worden. En zoals de mensen in Heukelom en Berkel-Enschot gewend zijn, werden de handen in elkaar geslagen. De gemeente Tilburg bood hulp.
Een mooie Maria
Het stenen kapelletje werd door Dré van Hal en Theo Vugts opgeknapt. Ad Schellekens smeedde een juweel van een hekwerk. De firma van Helvoirt zorgde voor de beplanting en de aankleding en Ilse van Erp restaureerde het Mariabeeld zó mooi – ja, werd er gezegd, de Maria van de Streepstraat is toch maar een mooie vrouw. En, zegt Dré van Hal zo zeker als wat, ‘Maria heeft haar gered’.
Hij voert als eerste het woord tijdens de herinzegening op donderdagavond 7 mei. Ondanks de mobiele geluidversterking moeten de verschillende sprekers er geregeld het zwijgen toe doen als weer eens een trein voorbij dendert. Wat goed – en nodig - eigenlijk dat Maria hier al negentig jaar een oogje in het zeil houdt. En nu in zo’n fraai kapelletje en omgeving. De vendelier van het gilde Sint Joris en Sint Sebastiaan eert de koningin van de Brabantse volksdevotie. Onder leiding van Irene Granneman wordt een Maralied gezongen. Dan komt het moment dat diaken-pastor Jan Joosten het kapelletje en het Mariabeeld zegent. We hebben de indruk dat hij nogal kwistig is met het wijwater. Maar ja, het is al lang droog en al die jonge aanplant…
“Dankjewel allemaal”, vertolkt Jan Joosten de gevoelens van Maria, “ik sluit jullie allemaal in mijn hart en ik wil ook de komende jaren weer mijn best doen om hier te waken voor een veilige oversteek.”
