Binnenkort is het weer de ‘Dodenherdenking’ van 4 mei. Niet alleen jaarlijks in Amsterdam op de Dam, maar bijvoorbeeld ook in Oisterwijk aan de Gemullehoekenweg bij het Oorlogsmonument. Eén van de bezoekers is steevast Hans Gerritsen, ooit hoogstwaarschijnlijk op zijn 16-e de jongste verzetsstrijder van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks zijn huidige leeftijd (98) is hij zeer kras. Hij kan zeer gedetailleerd vertellen over zijn leven en meer specifiek over zijn oorlogsbelevenissen, die later overigens deels werden verwerkt in de fameuze film ‘Schaduwspel’. Vooruitblikkend op de ‘Dodenherdenking’ tekenen we het indrukwekkende verhaal op van deze kleurrijke en bescheiden man, voor wie de oorlog tot op de dag van vandaag nog een grote rol speelt…

door René de Jong

We ontmoeten Hans op een zaterdagochtend in zijn woning aan de Hertog Janlaan. Hij woont er zelfstandig. De man die regelmatig klusjes bij hem opknapt, Arjen van der Woude, is bij het gesprek aanwezig.

Nadat we een kopje koffie en een stukje appeltaart hebben genuttigd, branden we los.

Vraag: Tijdens je werk als jonge jongen in de Philipsfabriek in Eindhoven probeerde je op jouw manier de Duitse oorlogsindustrie te saboteren.

Hans: “Klopt. Ik was 15 jaar en op momenten dat er geen controle was, gooide ik stiekem radiobuizen kapot. Ook maakte ik de stroomtoevoer voor Duitse zoeklichten onklaar. Waarom ik dat deed? Tja, ik had een half-joodse moeder en ik zag dat de bezetter steeds meer anti-Joodse maatregelen nam. Dat was mijn motivatie”.

Je daden werden ontdekt.

Hans: “Begin 1944 kwam ik na mijn arrestatie bij de S.D. (Sicherheits Dienst) terecht. Ik werd hardhandig verhoord en mishandeld. Men dacht dat ik deel uitmaakte van een georganiseerde verzetsgroep en ze wilden de namen van de overige daders. Ik had het echter in mijn eentje gedaan.”

Medegevangene doodgeslagen

Je werd vervolgens overgeplaatst naar het beruchte ‘Kamp Amersfoort’.

Hans: ‘In maart 1944 was dat. Ik kreeg er kampnummer 8436. De omstandigheden waren vreselijk. Zo maakte ik bijvoorbeeld van dichtbij mee dat een medegevangene werd doodgeslagen. Met een andere gevangene, Appie Nijboer, maakte ik daar de afspraak om het moffentuig te grazen te nemen zodra we het kamp uit zouden zijn. Op 1 mei 1944 werd ik overgebracht naar het ‘Wolvenplein’, een gevangenis in Utrecht. Inmiddels werd ik ook vals beschuldigd van wapendiefstal op vliegveld Eindhoven. Het was daarom zeker dat ik de doodstraf zou krijgen. Ik moest dus zien te ontsnappen! Dat lukte bij toeval gelukkig bij het laden van waszakken in een vrachtwagen buiten de gevangenis. Hoewel er op me werd geschoten, wist ik te ontkomen. Via Utrecht en Eindhoven kwam ik hier in Oisterwijk terecht.”

We moeten even wachten. De klok aan de muur slaat langzaam 11 maal. Arjen schenkt nog maar eens een kopje koffie in.

Vraag: Je was nog altijd maar 16. Je kon niet terug naar je ouderlijk huis in Eindhoven omdat dat in de gaten werd gehouden. Je had al van alles meegemaakt. Wat doet dat met je?

Hans: “Het was natuurlijk heel erg heftig. Ik ben vaak bang geweest. Je wordt heel snel volwassen om het zo maar te zeggen. Ondanks mijn leeftijd deed ik in Oisterwijk gewoon mee met Jan Linthorst, Bim van der Klei en al die anderen van de verzetsgroep. We lieten een Duitse trein ontsporen, we bliezen een brug op, we vingen gestrande piloten op. In 2014 is daar de film ‘Schaduwspel’ over gemaakt. Ik heb toen vaak met Marya Hüsstege over het draaiboek gesproken”.

Nachtmerries

Hans vertelt nog dat hij het na de bevrijding van Oisterwijk (op 26 oktober 1944) erg lastig heeft gehad. Hij trok veel op met zijn vriend Appie, die later zelfmoord pleegde.

Hans: “Dat was een hele grote klap voor mij. Daarvóor had ik op mijn 45-ste al een grote inzinking gehad. Ik kreeg veel last van de oorlog. Ik had regelmatig nachtmerries over mijn ontsnapping. Ik werd afgekeurd. Samen met vrienden heb ik toen hulpgroepen voor oorlogsgetroffenen opgericht. Ik was natuurlijk ervaringsdeskundige. Met enkele psychiaters heb ik 32 jaar lang fulltime ruim 140 lotgenoten proberen te helpen”.

Vraag: Heb je de oorlog nu volledig verwerkt?

Hans: “Ja, uiteindelijk wel. Ik heb nu geen last van nachtmerries meer. Ik ga elk jaar nog naar ‘Kamp Amersfoort’ en naar de ‘Dodenherdenking’ hier op 4 mei. Ik draag dan mijn uniform en mag een krans leggen bij het monument. Gelukkig zijn daar heel veel schoolkinderen bij aanwezig zodat ze op de hoogte blijven van wat zich hier heeft afgespeeld. Of ik mezelf als een held zie? Nee, helemaal niet. Ik heb het gewoon gedaan. En dat ik nog leef, is eigenlijk abnormaal….”

Vraag: Rare vraag om mee te eindigen misschien: mag er na jouw overlijden een straat naar je worden genoemd, net zoals dat met andere verzetsstrijders is gebeurd in de wijk ‘Pannenschuur Buiten’?

Hans: “ Nou, van mij hoeft dat niet echt hoor. Ik ben er dan niet meer hè, dus ik heb er verder niks aan. Maar ik heb er natuurlijk geen bezwaar tegen!”